Wtza (Wet toetreding zorgaanbieders) vanaf 1-1-2022

Bij de totstandkoming van de Wtza (van toepassing op ouderinitiatieven die onder de Wkkgz vallen: dus niet op geheel Wmo gefinancierde initiatieven) hebben wij samen met andere belangenbehartigers gepleit om ouderinitiatieven niet vergunningplichtig te maken. Dat is niet gelukt.

Bij de behandeling van de (concept) uitvoeringswetgeving hebben wij opnieuw met het Netwerk ouder(woon)initiatieven gelobbyd voor ontheffing van de vergunningplicht en subsidiair van de verplichting om een onafhankelijke interne toezichthouder (bestaande uit 3 personen) aan te stellen. Dat laatste is na aanname van motie Bergkamp/Dik-Faber door de Minister overgenomen. De nieuwe regels zullen per 1 januari 2022 in werking treden.

Consequentie

Voor een ouderinitiatief betekent dit dat een vergunning moet worden aangevraagd indien er meer dan 10 zorgverleners (personen) werken. Een onafhankelijke interne financiële toezichthouder is niet verplicht indien het initiatief voldoet aan de voorwaarden (pgb gefinancierd en het bestuur bestaat in de meerderheid uit bewoners, hun wettelijk vertegenwoordigers of verwanten).

Zijn er minder dan 10 zorgverleners dan is een melding bij IGJ verplicht. Onder zorgverleners worden de mensen begrepen die beroepsmatig zorg verlenen. Dat wil zeggen dat een leidinggevende (teamleider) en facilitaire medewerkers (gastvrouwen, huishoudelijke hulp e.d.) daar niet onder zijn begrepen. (niet meetellen).  NB Mocht u als ouderinitiatief zelf voor bewoners dagbesteding inkopen dan tellen de medewerkers die dagbesteding geven weer wel mee in het aantal zorgverleners.

In het najaar zullen wij u verder informeren hoe u een vergunning kunt aanvragen of zich kunt melden.

Voor meer informatie zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kwaliteit-van-de-zorg/wet-toetreding-zorgaanbieders-wtza

Nadere informatie

Op 17 maart 2021 is het Uitvoeringsbesluit Wtza gepubliceerd https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021-159.html

Voor ouderinitiatieven is in artikel 5 een uitzondering gemaakt op de verplichting om een onafhankelijke interne financiële toezichthouder aan te stellen, indien een vergunning moet worden aangevraagd (meer dan 10 zorgverleners). De formulering is als volgt:

instellingen waar cliënten verblijven waarvan de zorg uitsluitend wordt bekostigd uit een persoonsgebonden budget, indien de meerderheid van de zeggenschap in de dagelijkse of algemene leiding van die instelling is belegd bij de cliënten die in die instelling verblijven, hun wettelijke vertegenwoordigers of bloed- of aanverwanten”  

Toelichting:  

Ouder/ familie-initiatieven

Dit betreft organisaties van (ouders/familie van) cliënten met een beperking of aandoening die beschikken over een persoonsgebonden budget, waarbij de (extramurale) zorg (door meer dan 10 zorgverleners) aan die cliënten uitsluitend wordt bekostigd uit de betrokken persoonsgebonden budgetten én de meerderheid van de zeggenschap in de dagelijkse of algemene leiding voor de meerderheid bestaat uit de betrokken ouders, familie of cliënten. Deze organisaties worden hierna ook wel kortweg «ouderinitiatieven» genoemd.

Voor dergelijke instellingen is van belang dat zij voldoen aan de meldplicht, omdat zij niet op andere wijze in beeld komen bij de IGJ en het ook voor deze instellingen van belang is dat zij zich bewust zijn van de voor hen geldende eisen, zoals de eisen van de Wkkgz met betrekking tot de kwaliteit van zorg en het doen verlenen van zorg door andere zorgaanbieders. Aangezien bij deze organisaties voorts geen sprake is van uitsluitend «ondersteunende werkzaamheden» is er geen reden om deze instellingen uit te sluiten van de meldplicht.

Er is evenmin reden om deze organisaties uit te sluiten van de vergunningplicht, omdat voor deze instellingen geen sprake is van een in andere zorgwetgeving geregelde vergunning, erkenning of aanwijzing met een daaraan verbonden toereikend wettelijk toelatingsregime.

De ouderinitiatieven worden wel uitgezonderd van de verplichting om te beschikken over een interne toezichthouder. De reden hiervoor is gelegen in het bijzondere karakter van deze organisaties. Het gaat bij ouderinitiatieven om organisaties waarbij de zorg uitsluitend wordt bekostigd uit een bundeling van persoonsgebonden budgetten én waarbij de zeggenschap ligt bij de cliënten, hun ouders of familieleden die deze zorg zelf inkopen. Bij een persoonsgebonden budget is de budgethouder, daarin vaak bijgestaan door zijn vertegenwoordiger, degene die bepaalt of de kwaliteit van de zorg goed is. Het zorgkantoor komt bij de budgethouder op huisbezoek en controleert of de budgethouder tevreden is over de kwaliteit en de passendheid van de geboden zorg en of de administratie van de budgethouder op orde is. Ook bij ouderinitiatieven zal een dergelijke controle plaatsvinden, aangezien het ouderinitiatief de thuissituatie van de budgethouders is. Voor de beslissing om ouderinitiatieven uit te zonderen van de verplichting met betrekking tot de interne toezichthouder, is van groot belang dat de zeggenschap en de regie in geval van ouderinitiatieven berusten bij de cliënten, hun ouders of familieleden. De ouders of familieleden die deelnemen in het bestuur, mogen niet worden bekostigd uit de persoonsgebonden budgetten (het zorgkantoor ziet hierop toe). Er is dan ook geen sprake van een organisatie die werkt vanuit commerciële doeleinden en waarbij de financiële belangen voorop staan. Voorts is bij ouderinitiatieven sprake van een situatie met een permanente hoge mate van betrokkenheid bij en zicht op de kwaliteit en de kwantiteit van de zorg door de ouders of familieleden. Gezien dit bijzondere karakter van een ouderinitiatief wordt de verplichting tot het instellen van een interne toezichthouder voor deze instellingen disproportioneel geoordeeld. Met het uitzonderen van deze categorie instellingen van de verplichting tot het instellen van een interne toezichthouder, wordt ook uitvoering gegeven aan de motie van de leden Bergkamp c.s. Opgemerkt wordt nog dat, aangezien het bij ouderinitiatieven om zeer kwetsbare cliënten gaat en het feit dat ouders of andere familieleden dicht op de zorg zitten ook risico’s met zich mee kan brengen, in ieder geval bij de evaluatie zal worden bezien of geen sprake is van situaties die met zich meebrengen dat een interne toezichthouder toch aangewezen blijkt.

Voor meer informatie voor initiatieven die niet onder deze uitzondering vallen en wel verplicht zijn om een onafhankelijke interne financiële toezichthouder aan te stellen: zie Sociaalweb – Uitvoeringsbesluit WTZa gepubliceerd: aandachtspunten voor het toezichthoudend orgaan

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.