Verslag Themabijeenkomst wooninitiatieven Breda 2 nov 2013

Verslag Themabijeenkomst wooninitiatieven Breda 2 nov 2013

Schermafbeelding 2013-11-13 om 09.10.42Verslag themabijeenkomst Platform Wooninitiatieven 2 november 2013

 

Aanwezig: Platform Wooninitiatieven: Margot Hanssen, Angela Backx

Zorgbelang Brabant: Gabie Conradi

‘Op de kruk’: Jan van Leeuwen (Amarant), Anja Korsten (ORO), Peter van den Hombergh (Prisma), Edwin van Helvoort (Cello), Genie Hendriks (gemeente Breda), Hugo ter Steege (gemeente Den Bosch)

Verslaglegging: Inge Brokken (De Notulant)

 

Opening 

Margot Hanssen opent de bijeenkomst en heet iedereen welkom. Vervolgens geeft zij het woord aan Gabie Conradi die een inleiding zal verzorgen over alle ontwikkelingen in het kader van de AWBZ/Wmo.

Recente ontwikkelingen 

Ontwikkelingen gaan razendsnel, informatie wijzigt wekelijks; om die reden zijn er geen informatiemappen gemaakt. Wel zal een hand-out van de presentatie worden nagezonden en wordt deze gepubliceerd op de website van Zorgbelang Brabant (www.zorgbelang-brabant.nl).

De rijksoverheid gaat met ingang van 2015 taken overdragen naar de gemeente. De AWBZ wordt omgezet naar de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) en de Wet LIZ (Wet Langdurig Intensieve Zorg). De aanwezigen zullen vooral met de Wet LIZ te maken krijgen. Uitgangspunt voor de Wet LIZ is dat deze alleen van toepassing is op mensen die niet meer kunnen herstellen, niet zelfredzaam zijn en blijvend behoefte hebben aan zorg. Het gaat dan om mensen met de zwaarste zorgbehoefte. Beoordeling daarvan vindt plaats door het CIZ. Komt er een toegangsbesluit, dan geldt dit voor altijd. Leeftijd speelt daarbij geen rol. Zorg kan worden geboden in een instelling, maar ook thuis via een PGB (Persoonsgebonden Budget) of VPT (Volledig Pakket Thuis). Om voor een PGB in aanmerking te komen moet aan strenge voorwaarden worden voldaan.

Vanuit de CG-raad en het Platform VG is gewezen op de gebrekkige aansluiting tussen de Wmo en Wet LIZ. De gemeente moet ondersteuning bij de indicering regelen; hoe dit gebeurt is nog onzeker. Daarnaast is het zo dat de Wet LIZ niet geldt voor mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVG). Waar hoort deze groep dan wel thuis? Wat zijn de criteria voor LVG? Het betreft een kwetsbare groep mensen, makkelijk beïnvloedbaar en met vaak probleemgedrag. Een IQ-test is niet toereikend, deze zegt niets over het sociaal-emotioneel niveau van betrokkene. De groep LVG valt daardoor tussen wal en schip.

De compensatieplicht in de Wmo wordt vervangen door een resultaatverplichting. Er moet maatwerk geleverd worden, in overleg tussen gemeente en betrokkene. De lokale Wmo-raden krijgen een grote rol bij de advisering en controle. Er moet geregeld worden hoe de gemeente zicht heeft op de kwaliteit van de geleverde zorg. Zaken dienen vastgelegd te worden in een gemeentelijk plan, dat gericht is op het zo lang mogelijk thuis blijven. Bij beschermd wonen of opvang zal gestimuleerd worden om zo snel mogelijk weer op eigen kracht aan de samenleving deel te nemen. Hugo ter Steege benadrukt hierbij het belang van sociale wijkteams. Wijkwerkers kunnen er mede voor zorgdragen dat veel zorg/voorzieningen in de directe woonomgeving van de burger worden aangeboden.

Vanuit de zaal wordt geïnformeerd wanneer men met de dagbesteding onder de Wmo en wanneer onder de Wet LIZ valt. Mensen met een zorgzwaartepakket van 1-2 en de eerste helft van 3 vallen onder de Wmo, vanaf de tweede helft van 3 en 4-5 (en hoger) valt men onder de Wet LIZ.

In 2014 krijgen mensen met minder dan 10 uur begeleiding, geen persoonlijke verzorging en/of verpleging geen PGB meer. Voor bestaande gevallen geldt deze grens niet. Voor deze laatste groep wordt het PGB zowel in 2014 als in 2015 met 10% gekort, zodat over een aantal jaren iedereen eenzelfde tarief ontvangt. Er zijn echter uitzonderingen; op de website van Naar-Keuze (www.naar-keuze.nl) is hierover meer informatie te vinden.

Opgemerkt wordt vanuit de zaal dat bij meer dan één kind in een gezin een optelling gemaakt mag worden.

Tot slot wijst Gabie op het belang om op lokaal niveau mee te kunnen praten, bijvoorbeeld in een Wmo-raad.

 

 Intermezzo

Aan de hand van een filmpje (‘Alice in Zorgland’) wordt de warboel van regelgeving en administratieve rompslomp in de zorg duidelijk gemaakt.

Pauze

Interactief gesprek met vertegenwoordigers van gemeenten en zorgaanbieders

Vier zorgaanbieders en 2 gemeenteambtenaren nemen plaats op een kruk voor in de zaal. Onder leiding van Angela Backx wordt met hen gediscussieerd over de (gevolgen van) nieuwe ontwikkelingen op het gebied van dagbesteding en vervoer.

De vraag wordt gesteld of gemeenten voldoende zijn toegerust/over expertise beschikken om met de verschillende doelgroepen om te gaan. Erkend wordt dat dit niet zo is; daarom wordt contact gezocht met organisaties die dat wel hebben, middels gesprekken en netwerkbijeenkomsten. Gemeenten draaien overuren met de voorbereiding op de transities. Vooral kleine gemeenten ervaren moeilijkheden; daarom wordt er veel op regionaal niveau samengewerkt. Om te voorkomen dat er veel en grote verschillen zijn tussen gemeenten onderling worden keuzes vooral regionaal bepaald en uitgewerkt in een functioneel Wmo-ontwerp.

De zorgaanbieders geven aan dat zij nadrukkelijk de samenwerking met gemeenten zoeken en dat geconstateerd wordt dat ook gemeenten die samenwerking opzoeken. Voor beide partijen staat er een grote uitdaging en zullen bezuinigingen moeten worden gerealiseerd. Daarnaast moeten ook zorgaanbieders onderling samenwerken; er moet meer ontschotting plaatsvinden. Bureaucratie moet zoveel mogelijk voorkomen worden en samen moet ervoor gezorgd worden dat een goede kwaliteit van zorg geleverd kan worden.

Een moeder informeert wat ze straks met betrekking tot leerlingenvervoer met de gemeente moet gaan regelen voor haar dochter die een IQ van 60 heeft.

Een gemeente moet zich vooral bewust worden van de problemen waarmee burgers geconfronteerd worden en zich afvragen wat voor oplossing men zelf zou willen. Een belangrijke rol komt te liggen bij de wijkteams; in de toekomst zal er vooral wijkgericht gewerkt gaan worden. De veranderingen vragen echter een megaoperatie; wellicht duurt het 5-10 jaar voordat alles naar behoren loopt.

Op de vraag waar gemeenten de grootste knelpunten zien in praktische zin wordt geantwoord dat er winst te behalen is in het verminderen van procedures. Er wordt teveel tijd besteed aan ‘gedoe’. Beter is om op wijkniveau te bekijken welke voorzieningen er zijn en welke voorzieningen er gerealiseerd zouden kunnen worden. Samen met bewoners en zorgaanbieders zou dit in beeld gebracht moeten worden.

Een knelpunt waar zorgaanbieders nu al mee worstelen is de korting van 50% op de vervoersmiddelen waar men mee geconfronteerd is. Dit vraagt om creatieve oplossingen. Als voorbeeld wordt genoemd het onderbrengen van cliënten in een lege afdeling van een verzorgingshuis. Cliënten kunnen daar in de tuin werken of andere klusjes doen in de omgeving. Ook zouden cliënten ingezet kunnen worden voor eenvoudige werkzaamheden bij bedrijven. Niet alles kan met vrijwilligers gerealiseerd worden; professioneel personeel blijft nodig. Een en ander vraagt een maatschappelijke verandering en die is niet zomaar gerealiseerd maar vergt tijd.

Vanuit de zaal wordt opgemerkt dat wegens bezuinigingen dagbestedingscentra dicht bij  huis gesloten worden en dat cliënten nu over een grote afstand verplaatst moeten worden. Hierin ligt een aandachtspunt voor Amarant: zorg voor voorzieningen in de eigen woonomgeving van een cliënt. En welke rol kunnen gemeenten hierin spelen? Zorgaanbieders kunnen niet aan iedereen een 100% passende dagbesteding aanbieden. Gemeenten dienen te bezien welke mogelijkheden er zijn voor de kwetsbare groep mensen dicht bij huis en welke ruimtes daarvoor gebruikt kunnen worden. Met beperkte middelen moet een maximaal gebruik worden gemaakt van de beschikbare mogelijkheden. Leegstaande scholen en andere gebouwen dienen in kaart gebracht te worden. Niet vanuit bedrijfsvoering, maar vooral vanuit de behoeften in dorpen en wijken. Groepen kunnen mogelijkerwijze ook gemengd worden. De gemeente wordt regievoerder en dient samen met zorgaanbieders en cliënten bij de poort te kijken welk aanbod bij welke behoefte past. Zorgaanbieders dienen zich te realiseren dat zij zich in een krimpmarkt bevinden en dienen zich daarop voor te bereiden. Gemeenten dienen zich te realiseren dat hun inkoopbeleid belangrijk is en dienen niet alleen de financiële kaders maar ook en vooral de inhoudelijke kaders mee te laten wegen. Bewaakt moet worden dat organisaties ook een aanbod hebben voor complexere situaties.

Vervolgens wordt de vraag gesteld of gemeenten ook informatie inwinnen bij particuliere wooninitiatieven. Met andere woorden: is bij gemeenten bekend welke organisaties er allemaal zijn en welke expertise zij kunnen inbrengen? De gemeenten hebben hier over het algemeen wel een goed beeld van.

Geïnformeerd wordt of bekend is of een PGB in de toekomst bij wooninitiatieven ook kan worden ingezet voor dagbesteding. Is het mogelijk daarvoor een zorgaanbieder in te schakelen? Vanuit ORO wordt aangegeven dat de wens van de cliënt leidend zal zijn, rekening houdend met de verschillende financieringsvormen en de beschikbare mogelijkheden binnen gemeenten. Ook zorgaanbieders dienen hun krachten te bundelen en samen te werken. Als voorbeeld wordt gegeven dat het niet logisch is dat verschillende cliënten in één straat door verschillende busjes worden opgehaald.

Met betrekking tot inclusie wordt opgemerkt dat reguliere bedrijven meer mensen met een beperking in dienst zouden moeten nemen, bijvoorbeeld 5% van hun totale personeelsbestand. Er moet meer gedacht worden vanuit de participatieladder. Kijk wat mensen willen en kunnen en haal schotten weg in denken en doen. De gemeenten dienen daarbij zelf het goede voorbeeld te geven. Zorgaanbieders zouden een minder zorggerichte en meer mensgerichte benadering moeten hebben.

Bij ouders leven zorgen over het vervoer van hun kinderen naar de dagbesteding. Hierop wordt immers flink bezuinigd. De problemen worden nu bij de ouders gelegd, terwijl deze bij de zorgaanbieder zouden moeten liggen. Geantwoord wordt dat samen met de gemeente naar een oplossing moet worden gezocht. Nu al blijken er op wijkniveau nieuwe initiatieven te ontstaan, bijvoorbeeld op het gebied van energievoorziening en zorgcoöperaties. Dergelijke collectieve initiatieven zullen in de toekomst alleen maar toenemen, ook op het gebied van zorg.

Vanuit de zaal wordt aangegeven dat het zinvol zou zijn als gemeenten niet meteen alles gaan aanbesteden aan zorgaanbieders, maar slechts 50% van het totaal. Daarmee wordt ruimte behouden voor particuliere initiatieven. Gepleit wordt om niet alles meteen dicht te gaan timmeren, maar te zorgen voor nog wat bewegingsruimte. De beste professionals zijn de ouders, zij beschikken over de benodigde expertise.

Tot slot wordt opgemerkt dat ouders straks gaan kijken welke gemeente het beste is voor hun kind en op basis daarvan hun woonplaats kiezen.

Angela Backx bedankt de vertegenwoordigers van de zorgaanbieders en gemeenten voor hun medewerking. De signalen van vandaag zullen worden doorgeleid naar gemeenten en getracht zal worden om verder met gemeenten in overleg te treden.  

Afsluiting

Margot Hanssen bedankt iedereen voor komst en inbreng.

Gabie Conradi wijst op twee formulieren achter in de zaal en verzoekt iedereen om deze in te vullen en te retourneren. Het ene formulier heeft betrekking op een ziekenhuisopname (meningpeiling, tips aandragen) en het andere formulier is een evaluatieformulier waarop tevens ideeën kunnen worden genoteerd voor de viering van het 10-jarig bestaan van het Platform Wooninitiatieven.

Vervolgens wordt de bijeenkomst gesloten.

Breda, 2 november 2013 

De Notulant

presentatie voor Platform Wooninitiatieven 2-11-2013==> klik-hier

Platform wooninitiatieven

Laat een reactie achter

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.